De Eerste 48 Uur In Afrika: Wat Ik Echt Voelde

De Eerste 48 Uur In Afrika: Wat Ik Echt Voelde

We kwamen aan in Khartoum midden in de nacht.

Het vliegveld was een chaos van mensen in witte jellabiya's die met elkaar aan het onderhandelen waren over vervoer. Overal stemmen, gebaren, en een drukte die ik niet kon plaatsen.

Ik stond daar en dacht: waar ben ik.

Dit was mijn eerste keer in Afrika. Sudan. Voor een bruiloft. Uitgenodigd door een vriend. Ik had geen idee wat me te wachten stond.

De omhelzing die alles begon

De broer van mijn vriend stond ons op te wachten. Hij omhelsde me meteen. Lang. Warm. Alsof we oude vrienden waren.

Ik kende hem niet. Dit was de eerste keer dat ik hem zag.

Hij gaf me een flesje water en nam ons mee naar een minibus die hij had geregeld. We reden door het donker richting het huis van mijn vriend. Ik zat vooral te kijken. Te proberen iets te begrijpen van wat ik zag.

Maar het was donker. En ik was moe.

Plastic overal

Toen we aankwamen bij het huis viel het me pas echt op.

Plastic. Overal.

Of je nou naar links keek, naar rechts, naar voren of achteren. Ik heb nog nooit zoveel plastic zien liggen. Het lag echt overal. Langs de straat, tegen muren, op hoopjes, verspreid over de grond.

Ik dacht: ik ben op een vuilnisbelt beland.

Dat was mijn eerste indruk van Afrika. Niet de warmte van de mensen. Niet de cultuur. Niet de mooie verhalen die je soms hoort. Gewoon plastic.

En die gedachte bleef hangen.

Die eerste avond was alles tegelijk

Het huis was gewoon een huis in een straat. Niets bijzonders. We kwamen binnen en er waren mensen. Familie. Kennissen. Ik weet het niet meer precies.

Die eerste avond voelde vreemd. En gezellig. En overweldigend. En ik was moe. Alles tegelijk.

Mensen praten, lachen, eten. Ik zat erbij en probeerde mee te doen. Maar ik begreep weinig. Ik had een klein beetje Arabisch geleerd, maar dat hielp niet echt.

Ik at wat ze me gaven. Ik glimlachte als ze naar me keken. En ik was vooral blij toen ik kon gaan slapen.

Maar slapen lukte niet echt. Te veel nieuwe geluiden. Te veel gedachten. Te veel indrukken van één dag.

Zeven minuten om te groeten

De volgende dag begon het pas echt.

Mensen groetten elkaar. Lang. Heel lang.

In Nederland zeg je "hoi" en het is klaar. Hier duurde een begroeting makkelijk zeven minuten. Handen schudden, vragen stellen, omhelzen, nog meer vragen.

Ik had geen idee waar ze het over hadden. Ik stond erbij, bleef gewoon lachen en ja knikken. Blij als het voorbij was.

Het voelde ongemakkelijk. Overdreven. Anders dan ik gewend was.

Maar het hoorde er blijkbaar bij.

De politiepost en de ergste WC ooit

Dag twee. Ik moest naar het politiekantoor. In Sudan moet je jezelf binnen drie dagen melden voor een stempel. Dat was de wet.

We gingen erheen met mijn vriend. Het gebouw was oud, stoffig, druk. En toen moest ik naar de WC.

Die WC was zo vies dat ik er geen woorden voor heb.

Ik heb overgegeven op die zooi.

Ik stond daar, kotsend boven een toilet die te smerig was om te beschrijven, en ik dacht: dit kan ik niet. Dit wil ik niet. Waar ben ik in beland.

Dat was het dieptepunt van die eerste dagen. Niet het plastic. Niet de chaos. Niet de lange begroetingen. Die WC.

Ik voelde me ziek, gefrustreerd en moe. Maar ik kon niet terug. Ik zat hier. En ik moest ermee dealen.

Na drie dagen begon het te wennen

Dag drie voelde anders.

Niet dat alles opeens begrijpelijk was. Niet dat de plastic verdween. Niet dat de WC's opeens schoon waren.

Maar ik begon het ritme een beetje te snappen. Mensen namen tijd voor elkaar. Begroetingen duurden lang omdat mensen belangrijk waren. Het leven ging langzamer dan in Nederland, maar niet minder serieus.

Ik begon te zien dat Sudan niet alleen chaos was. Het was ook warmte. Gastvrijheid. Aandacht.

Die eerste 48 uur hadden me bijna gebroken. Maar na drie dagen voelde ik: oké, dit kan ik. Dit snap ik een beetje.

Maar de plastic bleef

Die plastic verdween niet. Het bleef overal liggen.

Op een dag gooide ik een lege waterfles in mijn rugzak. Ik zocht naar een vuilnisbak. Natuurlijk was die er niet.

Ik gaf de fles aan mijn vriend. Hij gooide hem gewoon op de berg plastic die al langs de weg lag.

Ik voelde me ongemakkelijk. Ik wilde het goed doen. Ik wilde respectvol zijn. Maar het systeem was er gewoon niet. En voor hem was dit normaal.

Later, bij de piramides, was het wel schoon. Daar kwamen toeristen. Daar werd het blijkbaar belangrijk gevonden.

Dat contrast bleef aan me knagen. Het kon wel. Maar het gebeurde niet overal.

Wat die eerste dagen me leerden

Ik bleef twaalf dagen in Sudan. Ik ben bij de piramides geweest. Ik heb dagen in Khartoum rondgelopen met de neef van mijn vriend. Ik heb de bruiloft meegemaakt.

En nu, jaren later, heb ik nog steeds contact met die neef. Soms stuur ik hem een berichtje. Hij stuurt foto's terug. Van zijn leven daar. Van Sudan.

Die eerste 48 uur voelden als te veel. Te overweldigend. Te anders. Te confronterend.

Maar ze leerden me iets belangrijks: dat gevoel is normaal.

Afrika is niet zoals je het op tv ziet. Het is niet zoals folders het vertellen. Het is geen plaatje. En het is ook geen ramp.

Het is gewoon anders. En de eerste dagen vraagt dat alles van je hoofd. Je bent moe. Je begrijpt dingen niet. Je voelt je ongemakkelijk. Je ziet dingen die je niet wilt zien.

Maar na drie dagen zakt het. Je begint het ritme te voelen. Je ziet meer dan alleen het plastic. Je ziet de mensen. De warmte. De manier waarop ze voor elkaar zorgen.

Die spanning mag er zijn

Als je leest over reizen door Afrika, lees je vaak twee uitersten.

Of het is gevaarlijk, eng en chaotisch. Of het is prachtig, magisch en life-changing.

De waarheid zit ertussenin.

Mijn eerste 48 uur waren zwaar. Ik heb overgegeven op een smerige WC. Ik dacht dat ik op een vuilnisbelt was. Ik voelde me ongemakkelijk bij begroetingen die te lang duurden.

Maar ik bleef. En het werd beter.

Niet omdat alles opeens perfect was. Maar omdat ik begon te begrijpen dat ongemak niet hetzelfde is als gevaar. Dat anders niet hetzelfde is als fout.

Wat ik graag van tevoren had geweten

Als ik nu terugkijk, denk ik: wat had die eerste 48 uur rustiger gemaakt?

Eén ding vooral: weten dat dit normaal is.

Dat overweldiging hoort bij de eerste dagen. Dat je je ongemakkelijk mag voelen. Dat het oké is om te denken "dit is te veel" en toch te blijven.

En dat het na drie dagen echt anders voelt.

Niet omdat Afrika verandert. Maar omdat jij begint te wennen.

Twijfel is vaak geen gebrek aan informatie, maar aan richting

Wie merkt dat hij blijft nadenken over wat "de juiste plek" is, kan soms geholpen zijn door even stil te staan bij zijn manier van reizen.

Daarvoor heb ik de Afrika Keuzenhulp gemaakt: een korte, rustige manier om te ontdekken welk Afrikaans land past bij jou, zonder routes of boekingsadvies.

Met meer rust vertrekken?

Als je dit leest en denkt: "Ik wil hier niet bang van worden, maar ik wil wel begrijpen hoe dit soort situaties werken", dan zit je vaak al in de voorbereidingsfase.

Niet om alles dicht te timmeren, maar om met meer rust te vertrekken.

De Afrika Voorbereidingsbox is gemaakt voor dat moment. Voor als je niet alles wilt plannen, maar wel wilt weten waar je aan toe bent — zodat onverwachte dingen geen stress worden, maar onderdeel van de reis.

Klik hier om naar de Afrika Voorbereidingsbox te gaan >>

Example image

Verspil geen tijd aan twijfelmaak een keuze met zekerheid voor jouw Afrikaanse bestemming

Ontdek welk type Afrika-reis écht bij jou past.
Op basis van jouw gevoel, tempo en wensen

Start met de Afrika Keuzehulp